|
In september 2004 hielden we een vraaggesprek met Sander van
Ankeren, organisator van lezingen over spiritualiteit voor ‘Naderend
Vuur’. Sander is geïnspireerd door de gnostische traditie
zoals die onder meer beschreven wordt door de bekende auteur Jacob
Slavenburg, met wie hij persoonlijk bevriend is.
Hoe zie jij spiritualiteit?
Ik maak een onderscheid tussen geloof en religie. Geloven heeft
betrekking op een soort uiterlijke spiritualiteit, die gericht
is op allerlei geboden en verboden. Religie komt neer op een gerichtheid
op de goddelijke kern in jezelf, waarbij je ook je schaduwkanten,
je moeilijke kanten accepteert. Vandaar draag je dan ook zorg
voor je medemensen en probeer je te voorkomen dat je ze pijn doet.
Premier Balkenende vind ik een duidelijk voorbeeld van een gelovig
mens.
Je hebt een handicap, heeft dat je kijk op dingen beïnvloedt?
Ja, ik ben spastisch en zit in een rolstoel. Ik ben door een pokkenprik
gehandicapt geraakt. Ik kreeg er hersenvliesontsteking van en
ging bijna dood. Ze stopten me toen eerst in een tehuis voor geestelijk
gehandicapten en toen bleek dat ik geestelijk niets mankeerde,
in een revalidatiecentrum.
Door een handicap word je heel erg geconfronteerd met jezelf.
Ik ben in Zeeland opgegroeid, als niet-gelovige jongen tussen
de gereformeerden, oftewel grefo’s zoals ik ze doorgaans
noem. Zo kwam ik er al snel achter dat we in Nederland een beetje
in een zieke maatschappij leven. Het calvinisme is de collectieve
ziekte van de Nederlanders. “Doe maar gewoon, dan doe je
al gek genoeg” en “Je mag niet in jezelf geloven”
zijn bekende kreten in die kringen.
Ook heb ik vaak meegemaakt dat zieke kinderen waren opgegeven
door de artsen en dan toch voor zichzelf knokten doordat ze geloofden
in zichzelf. Ook al waren ze opgegeven door alles en iedereen.
Er zaten ook mensen tussen die op sterven lagen en toch nog een
enorme kracht hadden. Ik heb gezien hoe een 16-jarige jongen ten
dode opgeschreven was en toch nog in leven wist te blijven totdat
zijn begeleidster terugkwam van vakantie.
Heb je een moeilijke jeugd gehad?
Nou, niet in de zin dat ik eenzaam was of zo. Ik kreeg als jongen
al snel heel veel vrienden. De helft van mijn klas ging dood,
en daar wilde ik niet steeds mee geconfronteerd worden, zodat
ik vaak naar het dorp ging om naar het voetballen te kijken en
te schaken. Veel van mijn vrienden moesten op zondag verplicht
naar de kerk. Ze mochten niets en juist daarom haalden zij veel
rottigheid uit. Ze dronken bijvoorbeeld veel en moesten dan kotsen
tijdens de kerkdienst.
Op zondag mochten ze alleen gaan zwemmen of in de duinen wandelen.
Ik vond dat zo onterecht dat ik zelfs (als ongelovige) op catechisatie
ben gegaan om erachter te komen waar dat nu precies stond. Ik
kreeg daarbij wel gelijk dat het eigenlijk niet in de bijbel stond,
maar het haalde verder niks uit.
Later ben ik zelfstandig allemaal boeken gaan lezen, over psychologie,
Fritjof Capra, Jung (waar ik een groot fan van ben) en gnosis.
Op school kreeg ik een hele brede opvoeding. De pedagoog stelde
me bijvoorbeeld de eerste keer al de filosofische vraag: “Wie
is Sander?”
Ik heb me ook nooit gehandicapt gevoeld, maar ik voelde juist
altijd een enorme kracht in mezelf. Alleen heb ik wel rond mijn
elfde een keer een periode gehad dat ik me afvroeg waarom mij
die handicap was overkomen. Maar ik ben daar toen al snel weer
overheen geholpen.
Ik heb van mijn vierde tot mijn zeventiende in een revalidatiecentrum
gewoond en daarna in een wooncentrum voor lichamelijk gehandicapten
in Amstelveen. Daarin voelde ik me niet thuis, want de bewoners
waren er gehospitaliseerd terwijl het personeel geïnstitutionaliseerd
was. Dat betekende dat iedereen afhankelijk was geraakt van de
situatie.
Ik heb er een aantal zelfdodingen meegemaakt die veroorzaakt werden
door het klimaat in het wooncentrum. Als je er ‘teveel’
voor jezelf opkwam werd je domweg niet geholpen. Die zelfdodingen
hadden echt voorkomen kunnen worden bij een goede begeleiding.
Al snel zorgde ik dat ik er overdag bijna niet was. Ik sliep er
dan wel ’s nachts, maar overdag zat ik in Uilenstede, echt
“the place to be”. Vanwege alle activiteiten op cultureel
gebied, het bruist er van het leven. Er wonen allemaal actieve,
werkende mensen. Uiteindelijk ben ik dus ook in Uilenstede gaan
wonen nadat ik me er zelf voor had ingeschreven. De verpleging
had me niet in staat geacht om alles op orde te hebben, maar dat
bleek te berusten op projectie.
Was je blij uit dat wereldje te zijn?
Ja, maar ik schrok ook van al die mensen die niet bij hun kracht
konden komen. Ik heb altijd een basiskracht gevoeld en nooit de
neiging gehad om me naar beneden te laten halen. Er is heel wat
afgehuild bij mij op de bank, ik bied altijd een luisterend oor
aan mensen.
Is dat je komen aanwaaien?
Nee, dat ook weer niet. Ik heb het zelf echt moeilijk gehad met
al die jonge mensen in mijn naaste omgeving die dood gingen. Er
treedt dan een soort beschermend principe in werking. Op een gegeven
moment kwam iemand van de verpleging mij ’s nachts huilend
vertellen dat er weer eens een medebewoner was overleden. Ik reageerde
tamelijk gevoelloos: “Ja, en? Dat weet je toch als je hier
werkt!” Toen was ik zelf 18 a 19 jaar.
Ik was dus wel behoorlijk afgestompt in die tijd. Maar ik heb
toen heel veel boeken over psychologie en dergelijke gelezen.
Toen ik in rustiger vaarwater belandde begon mijn ‘jihad’,
mijn innerlijke strijd. Toen ben ik al die nare ervaringen gaan
verwerken. Zo’n innerlijke strijd is veel moeilijker dan
een uiterlijke strijd. Ik moest alles een plek geven.
Daarom ben ik ook die lezingen gaan organiseren, als hobby.
Ik ben spastisch, maar ik heb geleerd om mijn spasmen onder controle
te krijgen door middel van yoga en meditatie, door het creëren
van innerlijke rust. Bij stress kunnen die spasmen weer terugkomen.
Wat heb je zoal geleerd van die spirituele verkenningen?
Ik heb me vooral toegelegd op gnostische scholing, autodidactisch
en door middel van lezingen in Amsterdam, onder andere van de
bekende Ina Vonk, die toen nog verbonden was aan Stichting Merkawah.
Het eerste wat ze zeiden, was dat je goed bent zoals je bent.
Ik heb lichte trance-oefeningen gedaan waarbij je onbewuste processen
in jezelf bekijkt en beelden naar boven haalt, zonder te oordelen
of te veroordelen (dat moet je dus ook afleren). Dat maakte dat
ik in zekere zin terugging naar vorige levens en ontdekte dat
ik een Duitse soldaat was geweest uit de laatste wereldoorlog
die mensen gevangen had genomen. Ik ben nu dus zelf gevangen in
een rolstoel.
Tijdens zo’n oefening ben ik ook teruggegaan naar een periode
voor de geboorte, en toen bleek dat ik niet geboren wilde worden.
Let wel, ik geloof niet in lineaire reïncarnatie, maar eerder
in een verband buiten tijd en ruimte. Zulke beelden zeggen sowieso
iets over jezelf. Het waren hele bijzondere ervaringen, een soort
levensechte droom. Ik voelde toen ook het absolute kwaad in mezelf.
Ik was ‘de duivel’. Dat ben ik niet, ik kies juist
voor liefde en vrijheid. En op dat moment vloog er ook iets weg.
Het voelde aan als een inwijding, een moment waarop je een keuze
maakt. Ik liet agressie, boosheid, het gevoel ‘ik ben het’
los. Je egocentrische kanten, het streven naar eigen gewin ten
koste van anderen. Liefde is niet alleen aan jezelf denken, maar
ook aan je medemens.
Vroeger kon ik niet huilen, maar nu hoeft er maar dit te gebeuren
en ik kan direct meehuilen met iemand. Ik kan beter meevoelen,
me gemakkelijker met iemand identificeren, meeleven met anderen.
Ik kies ervoor mezelf te accepteren. Dat is gemakkelijker voor
mij dan voor veel anderen en daarom ben ik in zekere zin blij
dat ik een rolstoel zit, omdat me dat geholpen heeft te worden
zoals ik ben.
Heb je nog een bepaalde spirituele ontwikkeling doorgemaakt
na die ‘inwijding’?
Ik heb een eigen organisatie opgericht, Nieuwe Wegen genaamd.
We organiseerden lezingen in een buuthuis, over allerlei dingen,
zoals alternatieve geneeswijzen, aura’s, chakra-readers,
enzovoort. Maar daar ben ik op een gegeven moment mee gestopt,
omdat ik er niet meer achter kon staan. Het ging in de New Age-wereld
steeds weer over ‘kosmisch bewustzijn’ maar ik ontdekte
dat veel mensen niet met anderen overweg konden. Ik zeg wat dat
betreft wel eens: “Voordat je met God en een kosmisch bewustzijn
omgaat, moet je eerst maar eens leren om met de caissière
om te gaan.” Yoga, meditatie en Reiki is voor veel mensen
een vlucht. Het werd veel te zweverig. Het is ook levensgevaarlijk
om je zo maar over te geven aan mensen die bijvoorbeeld beweren
dat ze chakra’s en aura’s kunnen. Die zullen heus
wel dingen zien, maar er komt veel ruis bij kijken. Wat zij beweren
kan een hele druk op je leggen, terwijl het gaat om hun projecties,
om hun eigen interpretatie. Overigens kan iemand natuurlijk wel
bepaalde gaven hebben, maar wat je vaak ziet is dat die persoon
dan alle verantwoordelijkheid voor het gebruik van die gave afwijst,
en zichzelf ziet als niet meer dan een instrument of doorgeefluik
van iets hogers. Daarmee onttrek je je dus aan je verantwoordelijkheid.
Jij blijft verantwoordelijk, juist ook als je zulke gaven hebt.
In de New Age-beweging zie je veel te vaak dat men dingen buiten
zichzelf plaatst, net als in het christendom. Het gaat er meestal
weliswaar wat vrolijker aan toe dan onder grefo’s, maar
het principe blijft hetzelfde.
Een jongen met wie ik die organisatie had, ging aan een soort
grootheidswaanzin lijden. Hij dacht echt dat hij alles wist en
gedroeg zich opeens als een goeroe. Hij wist overal de oplossing
voor. Maar ik vind dat je wel over jezelf kunt oordelen, maar
niet over anderen.
In mijn jeugd was ik zelf ook wel een beetje zelfingenomen. Ik
straalde uit dat ik echt iemand was, op alle terreinen. Allerlei
ervaringen met pijn en dood hebben heel veel respect bij me afgedwongen
voor de medemens in nood. Ik heb zelfs behoorlijk veel moeite
met nogal wat valide mensen. Ze klagen altijd maar en tonen geen
zelfvertrouwen. Sommige invaliden zijn gelukkiger dan veel valide
mensen.
Verder heb ik een mooie eenheidservaring gehad met een spirituele
vriendin, zonder met haar naar bed te gaan. Die vriendin was platonisch
verliefd op me en tegelijk had ze ook nog aardsere gevoelens voor
een andere man. Ze moest leren om vanuit haar eigen kracht te
leven, waardoor we onze vriendschap moesten beëindigen. Dat
heeft me heel veel moeite gekost, ik ben er ongeveer een jaar
depressief van geweest, omdat het zoveel voor me betekende.
Ook had ik een ervaring tijdens een trance-oefening waarbij je
eerst een boom moest zijn en uiteindelijk de hele aarde. Ik voelde
echt dat ik de hele aarde was en kon daardoor een aantal mensen
vergeven, op een diep doorvoelde manier. Niet vergeven heeft met
bepaalde angsten te maken. Wat jou raakt en boos maakt zegt iets
over jou. Zo was ik in mijn jeugd al heel emotioneel over hakenkruizen
en dergelijke en kwam er later achter dat dat met mezelf te maken
had. Het oordeel van de maatschappij krijgt zo ook minder waarde.
Dat was een enorme ervaring. Maar Ken Wilber, de transpersoonlijke
psycholoog, waarschuwt terecht voor de waangedachte dat je er
al helemaal bent.
Hoe zie jij jezelf?
Ik hou echt van mezelf zoals ik ben. Door mijn handicap heb ik
hele moeilijke èn hele waardevolle dingen meegemaakt. Ik
ben continu op mijn fouten aangevallen en ik heb al heel vroeg
geleerd dat je juist moet kijken naar je mogelijkheden. Door de
ervaringen die je meemaakt, krijg je een wereldbeeld. Ziekte en
ongelukken vormen een uitdaging, een mogelijkheid om te groeien.
Pas geleden zie ik tegen een buurmeisje spontaan: “Goh
wat hou ik van mezelf”. Ze zei toen: “Als een ander
dat zegt, komt het narcistisch over.” Ze begreep dat ik
niet bedoelde dat ik meer was dan een ander.
We hebben in Nederland te maken met de collectieve ziekte van
het calvinisme. Je mag niet huilen, maar je mag ook niet van jezelf
houden. Terwijl huilen alleen maar menselijk is. Veel mensen verdringen
en verdrukken van alles. Ook al hebben valide mensen meer kansen,
ze leven vaak niet in het hier en nu. Ze zijn heel conformistisch,
maar ben je dan gelukkig? Op Prinsjesdag zie je van die gelovige
types als Donner en Willem Alexander, hartstikke rijk, maar ze
hebben altijd een depressieve uitdrukking op hun gezicht. Daar
wil je toch niet bijhoren?
Hoe zou je je eigen spirituele ‘kleur’ omschrijven?
Ik maak onderscheid tussen geloof en religie. Zelf heb ik het
nooit over geloof. Ik ben geen atheïst en ook geen agnost,
maar een gnosticus. Daarbij doel ik trouwens niet op die specifieke
oude gnostische traditie die de aarde en het aardse leven wil
ontkennen. Die associeer ik eerder met geloof. Kijk maar naar
een man als Balkenende. Die had het vroeger altijd over God, over
zijn geloof in God. Hij wordt ‘geleid’ en bidt veel,
maar hij neemt geen eigen verantwoordelijkheid. Balkenende kijkt
op tegen mensen zoals de koningin, die is een echt icoon voor
hem. Hij kan het niet hebben als daar grappen over worden gemaakt.
Maar hij heeft geen respect voor armen. Ik moet dan denken aan
het leven van Jezus. Hoe hij te keer ging tegen de kooplieden
in de Tempel en tegen de Farizeeërs. Dat schijnheilige gedrag
van die Farizeeërs zie je nu nog dagelijks. Bij extremistische
moslims spreek je dan van de onverdraagzame, uiterlijke soort
jihad.
Je hoeft niet te denken in termen van hoger en lager, want ook
in jezelf kun je bij je eigen goddelijke kern komen. Als ik jou
pijn doe, doe ik in feite mezelf pijn.
Gelovige mensen zijn vaak bange mensen, het zijn slachtoffers.
Religieuze mensen, in mijn definitie, zijn blij, want ze mogen
zichzelf zijn.
Spiritualiteit is niet vrijblijvend, en ze kan daardoor ook heel
gevaarlijk zijn. Adolf Hitler had een duidelijke spirituele inslag.
Hij geloofde in een Duizendjarig Rijk. Madame Blavatsky verkondigde
een rassenleer en die heeft Hitler overgenomen. Hij stichtte samen
met anderen een nieuwe Germaanse rituele stroming. De symbolen
die ze overnamen, zoals de de swastika en de runen stammen ontegenzeggelijk
uit een spirituele context.
Daaraan kun je zien hoe gevaarlijk spiritualiteit kan zijn.
Ook bij gelovige joden zie je trouwens dat ze wel bidden voor
de klaagmuur, maar vervolgens een mitrailleur pakken om Palestijnen
aan te vallen. En gelovige moslims gaan echt helemaal op de knieën
als ze bidden, maar ze staan soms een gewelddadige soort jihad
voor.
Zulke gelovigen bidden in feite alleen voor hun eigen groep. Alsof
God uitverkorenen zou kennen, terwijl hij er natuurlijk voor alle
mensen is.
Als er een God is, bestaat hij buiten en tijd. Ik heb bijvoorbeeld
zelf een keer een joodse jongen met een keppeltje ontmoet in het
ziekenhuis in Amstelveen, een vrijwilliger die me thee kwam brengen.
Hij herkende mij als organisator van lezingen. Ik wees hem op
een lezing over soefisme, maar hij zei direct dat hij daar niet
heen kon gaan, omdat het met de islam te maken had, en hij een
gelovige jood was. Het had geen zin om daar tegenin te gaan. Natuurlijk
begrijp ik best dat de Holocaust een vijandbeeld jegens de buitenwereld
versterkt kan hebben. Maar een gnosticus zou dit toch zien als
een projectie op de buitenwereld, in de trant van “Jij hebt
mij pijn gedaan; ik zal je krijgen!”.Terwijl je in feite
naar binnen zou moeten kijken, want jij bent zelf degene met het
probleem.
In de New Age-beweging heb je ook allerlei stromingen. Ik heb
zelf enige tijd bij een soort sekte gezeten. Om gered te worden
moest je op een bepaald ‘level’ zien te komen. Die
lui verkondigden veel rechtse ideeën, met een ondertoon van
“wij zijn beter”.
Zie je een verband tussen dat type spiritualiteit en de
verrechtsing in Nederland?
Ja, die ‘grefo’s’, zoals Balkenende en Donner
weten wat goed is voor het volk, en je zult moeten luisteren.
Grefo’s zijn niet altijd de gelukkigste mensen, ze mogen
niets, ze ontkennen het leven. Je kunt wel allerlei spirituele
idealen nastreven en ook in God geloven, maar als je niet in jezelf
geloof, dan klopt dat niet.
Bush en Balkenende zijn beiden christenfundamentalisten. Hoe harder
mensen roepen dat God dit wil of dat Allah dat wil, hoe verdachter
je dat moet vinden. Ze zijn er dan op uit om je te knechten.
Het ‘Vrije’ Westen bombardeert Irak en andere landen
in de Derde Wereld in naam van de vrijheid, maar in feite gaat
het om propageren van het christelijke geloof, het is een kruistocht.
Onlangs heb ik een jonge Amerikaanse militair in Irak op de televisie
horen zeggen: “We komen het christendom brengen.”
Balkenende heeft trouwens nooit eigen ideeën. Er zitten altijd
minstens vijf ministers bij als hij een verklaring aflegt. Hij
kan niet zelfstandig nadenken. Hij volgt Bush bijvoorbeeld ook
als een schoothondje.
Een pikant detail is dat hij nota bene op Uilenstede heeft gewoond,
in de jaren ’70. Hij heeft toen helemaal niets meegemaakt
van het rijke, gevarieerde programma. Balkenende is bang en schichtig,
het is geen volwassen man, maar een jongetje. Hij is ook erg krampachtig
over dogma’s van de Kerk. Veel spirituele stromingen ontkennen
zoals gezegd het aardse bestaan en ook Balkenende straalt continu
dat soort stress uit.
Al die mensen worden bang gemaakt voor krachten buiten zichzelf,
voor God en de duivel. Er gebeuren de meest verschrikkelijke dingen.
Alles buiten jouw groep heeft direct te maken met de duivel.
Als gelovige mag je nooit oog hebben voor jezelf, maar je moet
altijd alleen maar klaar staan voor anderen. Je bent overgeleverd
aan anderen. Terwijl een echt religieus iemand een authentieke
persoonlijkheid heeft, en weet wat hij wil. Zo iemand leeft vanuit
vrijheid en onderzoekt zichzelf. De Dalai Lama en Mahatma Ghandi
zijn twee mooie voorbeelden van echt religieuze mensen. Als je
religieus bent, zie je de eenheid, de verbinding. Religiositeit
is verbinding maken tussen het hogere en het lagere, vooral ook
in jezelf. Die twee moet je integreren.
Balkenende is geen christen in de religieuze zin. Er is geen verband
met de historische Jezus Christus. Hij is een christenfundamentalist.
Een kruising tussen een kerkvader - met dat vingertje altijd,
alsof hij de waarheid in pacht heeft – en een maffiabaas.
Hij heeft zelf nooit iets meegemaakt, maar op de een of andere
manier weet hij wel alles beter. “Het gezag moet weer terugkomen!”
Hij neemt klakkeloos dingen over uit de bijbel en zoekt niet zelfstandig
naar antwoorden. Hij is sociaal-emotioneel onderontwikkeld. Een
religieus iemand zal niet steeds over God praten, die voelt niet
de bedoeling om anderen te bekeren of hen te dwingen zich aan
te passen aan het eigen geloof.
Wouter Bos is ook gereformeerd van huis uit en Marijnissen heeft
een katholieke achtergrond, maar dat zijn nu allebei heel sociale
mensen. Ik zie die twee echt als heel spirituele mensen, ook al
zouden ze dat zelf tegenspreken.
Balkenende verlangt in feite terug naar de jaren ’50; het
was weliswaar klote maar het was tenminste wel duidelijk voor
hem. Pas nu komt hij in aanraking met de boze buitenwereld, met
wat hij ervaart als Sodom en Gomorra.
Komt je onderscheid tussen geloof en religie overeen met
het traditionele onderscheid tussen exoterisch en esoterisch?
Iemand heeft wel eens tegen me gezegd dat ik praatte als een vrijmetselaar.
Ik voelde me wel vereerd, maar ik wil openheid en dialoog, ervaringen
uitwisselingen en geen geheime club. Ik ben zelf geen voorstander
van geheimen. Dus nee, dat is een ander onderscheid.
Ben je zelf politiek geëngageerd?
Ja, dat kun je wel zeggen! Ik ben lid van de Socialistische Partij,
omdat die uitgaan van gelijkwaardigheid. Daar zal een hiërarchisch
denkend iemand als Balkenende nooit bijhoren.
De SP staat trouwens zeker open voor mensen met spirituele achtergronden.
In feite moeten we nu de taken verrichten die eigenlijk bij het
CDA zouden moeten horen. Vroeger nam de PVDA het trouwens og op
voor de gewone arbeiders, maar nu moet de SP die rol op zich nemen.
Jan Marijnissen is een echte bouwvakker, maar hij lees veel boeken
en hij is heel zorgvuldig. Ik beschouw hem als heel religieus
en spiritueel.
De marxistische leuze dat geloof neer zou komen op opium voor
het volk, klopt zeker. Maar dan hebben we het over geloof en niet
over religie. De SP is niet zo maar tegen spiritualiteit in het
algemeen.
De mensen hebben het over Bak-ellende, ze pikken het huidige rechtse
beleid niet langer. Ze kakken, schijten allemaal op die Balkenellende.
Hoe verklaar jij het dat we in Nederland zo’n golf
van verrechtsing hebben meegemaakt?
Dat heeft te maken met Pim Fortuyn en met de aanslagen van 11
september. Daardoor zijn mensen bang geworden en teruggevallen
op de culturele basis van protestantisme en het calvinistische
gedachtegoed.
Associeer jij christendom automatisch met geloof?
Nee, niet per se. Je hebt ook mensen als Majoor Bosschard. Die
is authentiek en leeft echt vanuit haar hart. Maar bij veel grefo’s
zie je dat ze alleen goed doen om er later voor beloond te worden
in de hemel.
Die De Geus bezuinigt trouwens op de meest zwakke groepen, wat
in strijd is met de kern van de christelijke ethiek.
Ben je pessimistisch over de toekomst?
Nee, er zit zelfs een positieve kant aan de afbraak die we nu
beleven. De solidariteit en verbondenheid komen zo weer aan het
licht. Je ziet dit over de hele wereld. In het anti-globalisme,
bij bewegingen die opkomen voor gelijke rechten voor vrouwen,
mannen en kinderen, over de hele wereld is er sprake van een tegenbeweging
van solidariteit. Bijna iedereen was bijvoorbeeld tegen de oorlog
in Irak. Dit zijn mooie ontwikkelingen.
Ik denk toch dat we in een transformatieproces zitten. Dat de
botsingen tussen de islam en het christendom bijvoorbeeld horen
bij een soort laatste nasleep.
Het individualisme zou volgens sommigen tot verloedering leiden,
maar dat is helemaal niet waar. Kijk bijvoorbeeld maar naar de
viering rond het overlijden van André Hazes. Of naar de
grote demonstratie deze maand, met meer dan 300.000 deelnemers.
De meeste mensen die ik tegenkom groeten je ook vriendelijk en
ze staan altijd klaar voor je.
Balkenende projecteert in zijn geklaag over normen en waarden
zijn eigen problemen op Nederland. Hij is heel erg bang en onzeker,
dat zie je aan alles. Net als veel andere grefo’s wil hij
bijvoorbeeld een dressing code in openbare gebouwen. Er mogen
opeens geen hoofddoekjes of honkbalpetjes meer gedragen worden,
en ook de blote buiken moeten weer zedig bedekt worden. Je ziet
daarin enerzijds dat hij niets begrijpt van jeugdcultuur of culturele
identiteit, want daar hebben we het over als het om hoodfddoekjes
of petjes draait. Die meisjes met een hoofddoek ervaren dat als
een stukje houvast, als iets van hun eigen culturele achtergrond.
Je kunt dat vergelijken met een student van 18 of 19 met een plaatje
van Nijntje in zijn agenda of als poster aan de wand. Dat biedt
ook houvast.
Anderzijds zie je dus ook dat Balkenende bang is voor bloot. Dat
kenmerkt die gereformeerde mentaliteit, een krampachtige angst
voor alles wat maar enigszins met seksualiteit in verband gebracht
kan worden. Het is niet voor niets dat er juist in dergelijke
kringen het grootste aantal incestgevallen voorkomen. Het is bijvoorbeeld
heel normaal als mannen en vrouwen als ze dat willen naar porno
kijken. Het gaat erom dat je dat je die uitingen van seksualiteit
gewoon accepteert. Maar Balkenende gelooft dat hij al zondig was
voor zijn geboorte.
Ik heb ook veel moeite met dat voortdurende gewijs naar de moslims.
Nog maar een generatie of wat geleden werden katholieke meisjes
die ongehuwd zwanger waren geworden in een klooster gestopt. Ze
werden daar mishandeld, geslagen en hun baby’s werden direct
na de geboorte afgepakt. We hebben het hier over recente vaderlandse
geschiedenis. Laten we eerst eens naar onszelf kijken voordat
we naar andere wijzen.
Zelf kom ik alleen maar leuke, ontwikkelde moslems tegen, bijvoorbeeld
Turkse studenten. Dat zijn keurig nette en goed gebekte jongelui.
Ik zie het probleem echt niet.
Grefo’s hebben het over de tien geboden, maar ze erkennen
niet dat moslims die regels net zo goed onderschrijven. Mensen
als Balkenende eisen alleen maar arrogant van anderen dat die
zich aanpassen. Het is zo respectloos. Je bent arrogant als je
je eigen wereldbeeld wil opdringen aan een ander. Dat komt feitelijk
neer op een soort moderne kruistocht.
Kijk eens wat meer naar de wereld, zou ik tegen Balkenende willen
zeggen. De mensen moeten beschouwelijker worden en meer respect
opbringen voor zichzelf en de medemens. De uiterlijke wereld is
een reflectie van de innerlijke woorden. Je oogst wat je zaait
met dat calvinisme. Het zou goed zijn als Balkenende dat benauwde
perspectief eens losliet en dingen probeerde te bekijken door
de ogen van God.
Wat zou er moeten gebeuren?
Mensen moeten leren zichzelf te worden. Vergis je niet hoe mooi
je bent, hoeveel mogelijkheden je hebt. Bevrijd jezelf van je
blokkades. Alles is mogelijk!
Ik beschouw wat er nu gaande is als een achterhoedegevecht, want
de weerstand tegen de regering Balkenende is zo groot! Het is
de arrogantie van de macht. Wat bedoelt hij met normen en waarden?
Hij heeft zélf juist geen normen en waarden. Hij laat zich
regeren door Zalm, hij heeft leiding nodig. Dat stokpaardje van
die normen en waarden is niet eens van hemzelf afkomstig, maar
van een Amerikaanse socioloog.
Ik vind het op zich wel gunstig voor hem dat hij nu (september
2004) in het ziekenhuis ligt voor zijn voet. Hij komt zo in een
situatie terecht die hem een spiegel voorhoudt. Een soort cursus
empathie. Hij is nu op zichzelf teruggeworpen, vastgeketend aan
zijn bed en afhankelijk van eenvoudige verpleegkundigen. Dat is
allemaal ver beneden zijn niveau. Ik hoop dat hij op deze manier
bepaalde zaken leert inzien.
Kunnen gnostici een rol spelen in verandering?
Jazeker, want gnostici zijn zowel naar binnen als naar buiten
gericht als het goed is. Er zijn heel goede initiatieven opgezet,
bijvoorbeeld scholingsprojecten. Of het maken van speelgoed voor
kinderen in de Derde Wereld. Daarbij is bewust of onbewust steeds
sprake van een spirituele bezieling.
Wij zijn allemaal verschillende expressies van het Al of God.
Dat Al groeit met de mensheid mee. We hebben dus deel aan de schepping.
Ieder mens telt mee. Samen maken we de wereld mooier.
We zijn vergeten dat we met elkaar verbonden zijn door onze opvoeding.
Het leven komt neer op een initiatie, een individuatieproces om
terug te gaan naar die eenheid. Mensen zijn allemaal subpersoonlijkheden
van God. Het is ieders verantwoordelijkheid om te beslissen of
je het leven mooi of lelijk wil maken.
Als kind dacht ik al: “Ik richt mijn eigen maatschappij
op, want ik ben het er niet mee eens, hoe het allemaal gaat.”
Ik heb respect voor andere mensen. Ik veroordeel niet, maar stel
wel grenzen. Zo respecteer ik zelfs Balkenende, Bush en Osama
Bin Laden nog, maar het probleem is alleen dat zij mij dingen
opleggen.
Je bent op de allereerste plaats mens, en geen jood, christen
of moslim. Je moet met elkaar in dialoog gaan als mensen, als
gelijkwaardige partners. Ieder mens is gelijkwaardig. Mannen,
vrouwen en kinderen. Dat geldt zelfs voor dieren en de natuur.
Een volledig overzicht van de eerstvolgende avonden vindt u in
ons programma.
Terug naar index
Sander van Ankeren
coördinator van de lezingen van Naderend
Vuur |